Pas als ik thuis ben ga ik krassen. Ik wil het niet op straat doen. Ik zou mijn blijdschap of teleurstelling niet kunnen verbergen, ik zou als ik verloor in de verleiding kunnen komen een tweede lot te kopen, en een derde, tot al het geld dat ik bij de slager verdiend heb op is. Ik speel met mijn hand in mijn jaszak met het lot. Ik loop, ik ren, ik slalom tussen de mensen door, ze kijken me niet aan, ze zien me niet, ik ben als een geest zonder lichaam, ik ben van water, doorzichtig, ik stroom zonder weerstand.
De straat is een langgerekt voetbalveld, ik heb de bal aan mijn voet, ik versnel mijn pas: niemand houdt me bij. Tegenstanders kunnen me niet raken. Ik ben te vlug, zet ze op het verkeerde been, lijk naar links te gaan, duik naar rechts, glip langs de lantaarnpaal, langs de fietsen die tegen de pui van de supermarkt staan.
Ik ga hen allemaal voorbij. De plompe Nederlanders; ze lopen slordig, raffelen hun pas af, ze zetten hun voeten zo snel mogelijk neer, zonder te kijken waar ze hen plaatsen, lopen altijd alleen, nooit samen, nooit hand in hand, zelfs de puberjongens niet, zwijgend, zonder elkaar aan te kijken, altijd op weg naar iets. Arabieren in lange jurken, langzaam en futloos. Zijn er Arabische voetballers? Weinig. Madjer van Porto ken ik, met zijn onvergetelijke hakje, maar verder bijna niemand. Arabieren zijn langzaam, bedachtzaam. Ik passeer hen. Afrikanen fier rechtop, om zich heen kijken, een trotse blik. Ze lopen niet om ergens heen te gaan, maar om het lopen. Ze willen gezien worden. Ik laat hen allemaal achter me. Ik duik de zijstraat in waar we wonen, weg van de drukte. Zwaai de deur open en ren naar boven. Het trappenhuis is donker. Het licht doet het niet en door de kleine raampjes aan de voorkant van het huis valt weinig licht naar binnen.
Ik kras. 100, 1000, 10 000, de prijzen worden steeds hoger, nogmaals 10 000. Als een van de beide laatste vakjes ook 10 000 bevat, dan ben ik rijk. Dan kan ik Dioudi laten komen, dan kan ik een auto kopen en naar het stadion van Ajax rijden. Ik zal Aleida verstoten. Ik zal haar alle glazen beestjes geven die de winkel heeft, maar ik kan haar man niet blijven. Ik ben van Dioudi alleen.
Het vijfde vakje: 1000.
Twee kansen. Ik win 1000 of 10 000 euro. Veel geld. Mijn hart slaat snel, maar mijn hand trilt niet wanneer ik het laatste vakje open kras.
Tien euro. Geen prijs.
Naar het begin - Doe mee - Lees verder >>
UPDATE: Het is gelukt, het boek van Richard Osinga staat in 205 fragmenten online verdeeld over 205 blogs.